Laatste nieuws

Het lunet “Overijssel” blootgelegd op terrein “Hof van Asselbergs”

Tegenover het station op het terrein “Hof van Asselbergs”, waar appartementen en woningen gebouwd gaan worden, is op maandag 29 mei het lunet “Overijssel” blootgelegd. Dit lunet maakte deel uit van de vesting die omstreeks 1700 ontworpen was door Menno van Coehoorn. Een lunet is een klein driehoekig vestingwerk met twee schuine, naar buiten gerichte zijden (facen genoemd) en twee naar achter gerichte zijden (flanken).
Op basis van oude tekeningen van de vesting werd verwacht dit lunet te kunnen opgraven na de recente sloop van de voormalige busremise op die plaats. Er blijkt een groter deel van het lunet bewaard dan verwacht. In de komende dagen wordt het lunet verder opgegraven, onderzocht en in kaart gebracht, waarna het wordt afgebroken voor de toekomstige parkeerkelder.

http://www.bndestem.nl/bergen-op-zoom/bijzonder-stuk-vesting-bergen-op-zoom-teruggevonden-onder-voormalige-busremise~aa69b99e/

Weer een berg met scherven gevonden op de Noordsingel

Net als hieronder vermeld is op 21 april weer zo’n beerput met een groot aantal scherven gevonden.
Weer werk aan de winkel dus!

Medewerking aan de Projectweek op het Mollerlyceum 21 maart 2017

Ieder jaar wanneer een groot aantal klassen van het Mollerlyceum met hun leraren op reis gaan en de roosters door afwezigheid van die docenten niet uitgevoerd kunnen worden, houdt het Moller die week voor de achterblijvende leerlingen een projectweek. Een van de projecten was dit jaar “archeologie” voor de leerlingen van 3 klassen HAVO/VWO. De SIDS was gevraagd om daaraan mee te werken en enkele vrijwilligers van de SIDS hadden in enkele weken tijd speciaal hiervoor een programma ontwikkeld.

De klas werd ontvangen op het depot en na een welkomstwoordje gesplitst. Terwijl de ene helft een rondleiding door het hele depot kreeg, werd aan de andere helft van de klas een powerpointpresentatie gegeven over het hoe en waarom van opgravingen, dateringsmethoden, soorten vondsten, etc. Daarna werden de groepen gewisseld en werd nogmaals gepresenteerd en rondgeleid.
Dan volgde op de school in het computerlokaal een uur zelfwerkzaamheid. Over drie soorten archeologievondsten, munten, botten en kleipijpen, werden vragen op werkbladformulieren beantwoord, waarbij de materialen nauwkeurig bekeken en soms opgemeten moeten worden.
Daarna werd dan –mede met behulp van het internet- de antwoorden op vragen opgezocht.

Bij botmateriaal werd onderzocht welk bot uit welk deel van het menselijk lichaam het betrof. Tevens kon van het materiaal worden bepaald of het van een man of een vrouw was. En aan de hand van formules kon uit de lengte van het bot de lengte van de persoon berekend worden. En passant kwam dan ook aan de orde dat je soms aan het bot kunt zien of iemand lichamelijke afwijkingen had, of hij aan ziektes leed, en soms waaraan hij overleden was.

Van een aantal munten werd de leerlingen gevraagd of deze romeins waren, of 17e eeuws, of 20e eeuws. Als koningin Wilhelmina op de munt stond was de vraag vrij eenvoudig, maar ontcijferen welke keizers op de munten stonden was wat lastiger. Een volgende vraag was wanneer dan die keizer regeerde en dus hoe oud de munt was, waarbij het internet goede diensten bewees. De romeinse munten stonden in waarde in verhouding tot elkaar (1 aureus is 25 denarii, 1 denari is 4 sesertie) en dan was de vraag hoeveel van deze onderzochte munt heb ik nodig –aan hand van een prijslijst- om bijv. een pond vlees, een amphoor wijn of een slaaf te kopen.

Pijpenkoppen kunnen gebruikt worden om vondsten te dateren. Daarbij is de grootte van de kop een aanwijzing (een kleine kop is ouder want tabak was eerst duur) en ook de vorm daarvan. Maar ook het hielmerk met de initialen van maker is een goede aanwijzing. Daarbij was het internet een goede bron om de naam van de maker, zijn woonplaats en de tijd waarin hij leefde te achterhalen.

Dit programma werd daarna met de twee andere klassen herhaald.

Omdat dit programma voor de eerste keer werd gegeven was het voor ons en de docent ook een leerzame dag. We hebben geleerd dat er veel meer tijd nodig is dan we aanvankelijk hadden ingeschat: om de rondleidingen goed te kunnen geven moet daarmee tijd voor komen, en het ingeplande uur zelfwerkzaamheid op school kan makkelijk twee of drie uur worden, gezien het enthousiasme waarmee de leerlingen. En het is zeker voor herhaling vatbaar.

Bergen met scherven geborgen op de Noordsingel

Woensdag 15 maart 2017 rond het middaguur belde stadsarcheoloog Marco Vermunt met de dringende vraag of er vrijwilligers konden komen helpen op de Noordsingel waar bij rioleringaanleg een heel grote afvalput was aangetroffen. Een uur later waren vier vrijwilligers van de Scherminckel druk bezig om uit grote zandbergen emmers met scherven e.d. te vullen.
Na een uurtje of twee en na het aantreffen van een tweede grote afvalput werd besloten de inhoud van de afvalputten met de graafmachine in een vrachtwagen te laden en elders te storten, omdat het uitzoeken ter plaatse onbegonnen werk was en de aanleg van de riolering ook verder moest.
De vrachtwagen reed twee keer met een volle bak en zo werd 25 kubieke meter zand, scherven, botmateriaal enz. op een industrieterrein weggelegd.
Enkele dagen later werd gestart met het zeven van al dat zand en de vondsten daaruit te verzamelen. Een groep van gemiddeld 4 mensen is daarna –in wisselende samenstelling- dertien dagen van 9 tot 4 met twee schudzeven in touw geweest om alle scherven te verzamelen, en botmateriaal, metaalresten en andere bijzonderheden te selecteren. Gelukkig waren de weersomstandigheden goed en voerde het aannemingsbedrijf regelmatig het overtollige zand af, zodat de werkzaamheden vlot konden doorgaan.

De eerste indruk van het gevonden materiaal is dat het erg veel eetgerei betreft, veel grote schalen en borden van aardewerk en drink- en schenkkannen van steengoed, en niet veel kookgerei. De grote hoeveelheid dierlijk botmateriaal ondersteunt de gedachte aan eetgerei.
Mogelijk betreft het afvalputten van het Minderbroederklooster dat vanaf 1462 stond op een terrein nabij de huidige Minderbroederstraat, en welk klooster een aantal jaren later het terrein langs de stadswal (langs de Noordsingel) erbij in gebruik nam. Nader onderzoek daarover zal nog plaatsvinden, mede aan de hand van het aangetroffen vondstmateriaal.

In het gemeentelijke archeologisch liggen nu twee grote bergen met de scherven en staan er ook nog eens zo’n 50 emmers met vondstmateriaal, dus de vrijwilligers van De Scherminckel wacht weer een hele klus om dat allemaal te wassen, sorteren, aan elkaar puzzelen, plakken, restaureren, tekenen, documenteren en fotograferen. Werk aan de winkel!