Ga naar de inhoud

De vondst van de maand juni


In nieuwsbrief nr 13 van september 2001 werd deze vondst beschreven.

DE OPGRAVING RODE TOREN (Marco Vermunt)

Op 10 augustus kwam een einde aan de opgraving, die de mooie code RTO (Rode Toren) kreeg. In de vorige nieuwsbrief las u al een stukje over dit onderzoek.

Wat zijn nu de belangrijkste resultaten? Allereerst zijn er sporen van een 13de eeuwse verkaveling gevonden, die het terrein in smalle percelen van gemiddeld 5 meter verdeelde. Of dit de oorspronkelijke kavels zijn, of dat bredere percelen later opgedeeld zijn in smallere, valt nu nog niet te zeggen. Eerst moeten alle vondsten onderzocht worden.

Helaas hier geen sporen van voorstedelijke bewoning, wel twee Romeinse munten (het totaal is nu 9). De oudste sporen zijn kuilen, waarin leem werd gewonnen. Ze zijn vroeg-13de eeuws.

Ook bijzonder schaars waren ditmaal de resten uit de 14de eeuw. Enerzijds is dit te verklaren door het feit, dat we achter de eigenlijke huizen aan de Oude Kerkhofstraat groeven en er destijds nog grote open achtererven waren; anderzijds is door het 15de en 16de eeuwse bouwgeweld veel ouder materiaal vernietigd. Een mooie vondst is een waterput achter Parade16, die op grond van de gebruikte “moppen” (30x14x7,5) 13de of vroeg 14de eeuws moet zijn. Deze put was in de 15de eeuw gebruikt als een soort overstort voor een naastgelegen beerkelder, via een gemetselde schacht.Het gevolg was dat we door een enorm pakket van beer, afval en puin moesten graven voor de onderkant van de waterput werd gevonden. Zo ontstond een gevecht tegen het opborrelende grondwater. Helaas was de 15de eeuwse stort diep in de put gedrongen, zelfs tot ver onder de grondwaterspiegel. Het lukte dus niet om de zo begeerde oorspronkelijke vulling van de waterput terug te vinden. Wel konden stukken van het karrenwiel, waarop de put was gemetseld, voor jaarringenonderzoek verzameld worden. Na deze halsbrekende toer werd aanvankelijk besloten om de volgende dag met scheppen en eventuele pomp verder te gaan. De wolkbreuk van 9 augustus maakte echter aan alle pret een einde, want de volgende dag was de hele put tot de rand toe gevuld. Bij gebrek aan deskundige onderwaterarcheologen is toen besloten om het project af te sluiten, niet voordat er een eerbiedig offer aan de put gegeven was: scherven, een moderne aansteker, wat kleingeld en oude sleutels.

Toekomstige archeologen moeten ook wat te doen hebben.


De resten uit de 15de en 16de eeuw waren in dit project het talrijkste. Ter plaatse van de twee huidige panden stonden toen tenminste vier huizen, die op enig moment de namen droegen van “Schotland”, “Rode Toren”, “Vergulde Arend” en “Drink-al-Uit”. Wie zich verdiept in de archiefbronnen, merkt echter al snel dat hier meer aan de hand was: de namen van de huizen wisselen en soms duikt ineens een andere naam op, zoals “Houttuin”. Het zal niet gemakkelijk worden om de archeologische kennis te koppelen aan de historische, ook al omdat veel van de middeleeuwse kelders inmiddels verdwenen zijn.

In de opgraving werden 4 gemetselde 15de eeuwse beerkelders gevonden en 5 gegraven beerputten. Ze leverden vondsten op, die getuigen van een meer dan doorsnee sociale status. De Oude Kerkhofstraat werd blijkbaar bewoond door de sociale bovenklasse.

De beerkelder van het huis “Drink-al-Uit” was heel bijzonder, niet alleen vanwege de vondsten maar ook door de constructie. Eerder noemde ik al de schacht en de overstort naar de waterput. Deze werden in de vroege 15de eeuw gemaakt. In de latere 15de eeuw werd de beerkelder verbouwd en kreeg een opening met rondboog in een van de wanden. Aan de buitenkant was ooit een heel diep gat gegraven van waaruit de put kon worden geleegd. Dit soort maatregelen was nodig als de put moeilijk van bovenaf bereikbaar was, bijvoorbeeld als er een achterhuis boven stond. Eerder vonden we dit verschijnsel op het Gouvernementsplein. De kelder was periodiek geleegd, waarbij de scherven werden begraven in een grote kuil ernaast, die uit tenminste 3 lagen bestond. De opmerkelijkste vondsten zijn een pelgrimskraal van git (een zogenaamde azabache) uit Santiago de Compostela, een koperen reliekhouder met twee lapjes textiel, een aardewerken potje uit Spanje of Portugal en een serie van pijpaarden Jezus en Maria-beeldjes.

De eerste naspeuringen in de archieven leren dat hier in de late 15de eeuw een priester van de Gertrudiskerk woonde. In de 16de eeuw woonde er een kanunnik. De beerkelder zelf bevatte nog een dunne afvallaag uit de eerste helft van de 16de eeuw.

Hierin kwam onder meer een complete prachtige majolica albarello (apothekerspot), mogelijk van Bergse makelij. De hele inhoud van de put is door de zeef gehaald, wat de nodige spelden, kralen en stukjes glas opleverde.

De buren, waarschijnlijk van de “Vergulde Arend”, moeten ook bijzondere personen geweest zijn. Achter op het erf lag een grote vierkante afvalkuil, gevuld met scherven en afval uit het einde van de 14de tot het begin van de 15de eeuw. Onder luid gejuich haalde Ank van der Kallen hier op 22 juni een benen brilletje uit, compleet met glazen. Toen het in een bakje water werd gelegd, viel het glas spontaan in stukjes uit het montuur (de schade is inmiddels hersteld). De bril, inmiddels bekend van radio, TV en krant, is een zeldzame geklonken bril, die vastgehouden werd op de neus en diende als hulp bij het lezen.

Het montuur is gezaagd uit het onderbeen van een stier en in tegenstelling tot de ongeveer drie andere complete brillen van die soort uit Noord- Europa, versierd met twee kleine mensengezichtjes.

Uit schriftelijke bronnen, zowel in het Bergse als in het Londense archief, is bekend dat in de 15de eeuw brillen uit onze streken werden verscheept naar Engeland. Sommige van die schepen kwamen uit Bergen op Zoom.

Het maken van brillen is ontwikkeld in Noord-Italië, waar kleurloos glas werd vervaardigd en geslepen. Het woord bril is afgeleid van beril, een halfedelsteen de aanvankelijk als een vergrootglas op de leestekst werd gelegd. Brilglazen houten monturen in waren er al in de 14 de eeuw maar zijn tot op heden niet gevonden. Als onze bril van omstreeks 1400 dateert, zou het de oudste tot nu toe zijn. Een opticien uit Wassenaar heeft al aangeboden om de sterkte van de glazen te meten. De welstand van de eigenaar van de bril, die dus kon lezen, wordt mede onderschreven door de vondst van bijzonder veel drinkglazen uit de vroege 15de eeuw.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

x  Powerful Protection for WordPress, from Shield Security
This Site Is Protected By
Shield Security